Nieuw! Info en tips

Veiligheid Navigatie Elektriciteit Uitrusting
Motor & Trailer Verf & onderhoud Sanitair Oliegoed en functionele kleding

Oliegoed en functionele kleding

1. Oliegoed
    1.1 Licht oliegoed en tegen het weer beschermende kleding
    1.2 Middelzwaar oliegoed
    1.3 Zwaar oliegoed
    1.4 Oliegoed-technologie / Coatings en membranen
2. Functionele kleding
    2.1 Het ui-principe
      2.1.1 1ste laag / materiaal voor functioneel ondergoed
      2.1.2 2de laag / Isolatielaag / Fleece / UV-bescherming
      2.1.3 3de laag / Hardshells en softshells
    2.2 Ademactiviteit
    2.3 UV-bescherming
    2.4 Materialen en vakbegrippen
3. Onderhoud van oliegoed en functionele kleding
    3.1 Impregnering en ademactiviteit
4. Bootschoenen en -laarzen
    4.1 Zoolconstructie

1. Oliegoed

Het aanbod aan oliegoed en weerbeschermende kleding dekt een zeer groot gebruiksspectrum af, van professioneel HighTech-oliegoed voor het zeilen op volle zee tot lichte regenkleding voor hobby-watersporters. Overeenkomstig bewegen ook de investeringskosten over een brede marge. Maar bij elke aankoop geldt: prijs, prestaties en gebruiksnut moeten onderling een aanvaardbare verhouding vertonen. Het duurste oliegoed is een verkeerde investering, als het bij gebrek aan sportieve activiteiten in de kast hangt, goedkope kleding tegen het weer is weggeworpen geld indien men er nat in wordt of bevriest.

Voor de aankoop van oliegoed en weerbeschermende kleding moet men zich daarom als zeiler en motorschipper een en ander overwegen, en zich eerlijk enkele vragen stellen.

  • Hoe actief, hoe intensief en vaak ga ik zeilen?
  • Hoe lang ga ik nog zeilen? Zal dit minder of juist meer worden?
  • Op welk water zeil ik overwegend? Is dat in het koude noorden of in het warme zuiden?
  • In welk seizoen en bij welk weer ga ik zeilen?
  • Plan ik langere trips op volle zee, waarbij 's nachts wordt gevaren, of overweegt het weekendzeilen op binnenwateren en voor de kust?
  • Welke moderne functionele kleding heb ik al, en kan ik onder oliegoed aantrekken?

Het is zinvol dat functionele weerbestendige kleding variabel is, ze moet geschikt zijn voor een zo groot mogelijk gebruiksspectrum. Voor een beter overzicht en een betere beoordeling hebben we oliegoed opgedeeld in 3 categorieën:

1.1 Licht oliegoed en weerbeschermende kledij

Wie slechts bij gelegenheid op warmere water een regenbui of wat koelere wind verwacht, is met een lichte weerbescherming goed uitgerust. Voor wie leert zeilen of beginners op kustwateren is het oliegoed net zo functioneel als aan de wal tijdens het wandelen of het fietsen. Het meestal zeer lichte en dunne materiaal bestaat overwegend uit waterdicht en windafwijzend nylon, deels met een PU-coating (polyurethaan) of in een actief ademende afwerking. Voordelen: gemakkelijk te dragen, comfortabel gesneden en ideaal voor de reisbagage, omdat ze heel klein kan worden opgevouwen.

1.2 Middelzwaar oliegoed

Middelzwaar oliegoed volstaat meestal voor de meeste wateren en weersomstandigheden. Toerzeilers, sportieve chartercrews en regattazeilers op de binnen- en de kustwateren en op de Middellandse Zee zijn hier prima mee geholpen. Het materiaal bestaat overwegend uit duurzaam Oxford-nylon of polyester, met waterdichte coatings of een actieve membraantechniek. De naden moeten genaaid en bovendien gelast zijn, zodat ook de sterker belaste plaatsen bij voortdurende natheid waterdicht blijven. Voor de bewegingsvrijheid aan boord zijn een goede pasvorm en snit belangrijk. De broeken moeten hoog gesneden zijn, met versterkingen op de knieën en het zitvlak. Bijkomend warmte- en draagcomfort biedt de uitrusting van jas en broek met fleecevoering. De kraag van de jas is over het algemeen met zacht fleece bezet, vaak ook de zakken.

1.3 Zwaar oliegoed

Ambitieuze volle zee- en regattazeilers hebben ook onder extreme weers- en zee-omstandigheden optimale bescherming nodig. Daarom is zwaar oliegoed uit de sterkste materialen met actief ademende membraantechnologie verwerkt. 3-laags laminaten zijn daarbij qua comfort en functionaliteit de beste. Ook bij lichamelijke inspanning blijft het huidklimaat comfortabel. Innovatieve weefsels maken het oliegoed desondanks zeer licht en gemakkelijk. Onmisbaar is ook een op de praktijk gerichte veiligheidsuitrusting met geïntegreerde lifebelt en andere details zoals een capuchon in signaalkleur en reflectoren.

1.4 Oliegoed-technologie

Moderne stoffen voor oliegoed en weerbescherming moeten twee wezenlijke functies vervullen:

Het materiaal moet absoluut tegen water van buiten af dicht zijn, inclusief de naden. Er moet echter ook lichaamsvocht, waterdamp dus, van binnen naar buiten kunnen transporteren. Deze ademactiviteit en de waterdichtheid kunnen met verschillende verwerkingstechnologieën worden bereikt.

Coatings
De oppervlaktecoating is een methode, om stof waterdampdoorlatend en waterdicht te maken. Op polyester- of nylonstof wordt een fijne pasta gestreken, die met chemische processen doorlatend voor waterdamp wordt gemaakt. Het verdampende lichaamsvocht kan uittreden, zonder dat de grotere watermolecules kunnen binnendringen. Alleen hoogwaardige coatings, meestal uit polyurethaan, van kwaliteitsfabrikanten, worden gebruikt. Ze zijn betrouwbaar waterdicht, winddicht, zeer slijtvast en blijven ook bij koude elastisch. Enkele fabrikanten werken met twee verschillende coatings op het buitenmateriaal. De eerste laag is een microporeuze coating, die door een tweede, hydrofiele coating versterkt wordt. Hierdoor worden een grotere dampdoorlaatfactor en een hogere waterdichtheid bereikt. 2-lagen technologieën, waarbij het robuuste dragerweefsel, bijvoorbeeld uit polyamide, van binnen voorzien is van een PU-laag, hebben lagere waarden aan waterdichtheid en ademactiviteit.

De tweede methode voor het aanmaken van waterdichte en actief ademende stoffen is de coating van de afzonderlijke vezels, bijvoorbeeld met Teflon. De vezels worden dus met kunststof omgeven, en nadien geweven. Deze werkwijze leidt tot een grotere dampdoorlatendheid, maar dit gaat ten koste van de waterdichtheid: vuil en vocht worden alleen 'afgestoten', de stoffen zijn niet 100 % waterdicht.

Membraan-technologie
De verwerking van membranen is hoogwaardiger en complexere methode, om materialen waterdicht en actief ademend te maken. De waarden van waterdichtheid en ademactiviteit liggen deels beduidend hoger dan bij coatings. Materiaal en functionaliteit hebben ook een grotere levensduur en zijn duurzamer.

Membranen zijn extreem dunne folies, waar vloeistoffen zoals water niet door kunnen dringen, maar die gassen zoals waterdamp laten ontsnappen. Dit wordt bereikt door microkleine poriën. De folie wordt van binnen op de robuuste buitenstof geplakt; in dit geval ontstaat een 2-lagen laminaat. Om het membraan te beschermen tegen mechanische slijtage, wordt nog een lichte net- of tafvoering los in de kleding aangebracht. Een netvoering is ademactiever, tafvoeringen glijden iets beter over de kleding. De 2-lagige kwaliteit voelt iets lichter en zachter aan, bij een gemiddelde duurzaamheid.

Bij 3-lagen laminaten zijn de buitenstof, het membraan en een derde beschermlaag binnen aan elkaar gelijmd, zodat er een hoogeffectief verband ontstaat. Het materiaal bezit de hoogste ademactiviteit en een absolute waterdichtheid. Het is de stabielste membraankwaliteit met goede prestaties, en een grote duurzaamheid en levensduur. Het nadeel ligt in het ietwat stijvere weefsel, wat echter het uitstekende draagcomfort niet beperkt.

Tot de best presterende membraanstoffen horen Gore-Tex met verschillende kwaliteiten; CompaTex en Sympatex zijn andere bekende namen voor hoogwaardige membraanweefsels.

Getapte naden
Zwakke plaatsen op het vlak van waterdichtheid zijn steeds de naden, waarbij het materiaal doorgestoken moet worden. De oplossing bij hoogwaardige verwerking: op de naden worden bijkomende weefselstroken (tapes) geplakt of gelast, die de naaddraden beschermen tegen slijtage en de naad waterdicht houden. Men spreekt ook van getapte naden.

2. Functionele kleding

Wie sportief actief is, wie een outdoor-freak is, wie zijn vrije tijd doorbrengt op schepen, in de bergen of aan het water, heeft kledij nodig, waarin hij of zij zich ook bij weer en wind nog goed voelt. Moderne vrijetijds- en sportkleding beschermt niet alleen tegen kou en natheid. Ze heeft ook een comfortfunctie: het lichaam moet ook bij lichamelijke inspanning fit blijven, het huidklimaat moet aangenaam blijven als er gezweet wordt.

Opdat functionele kleding alle goede eigenschappen zou kunnen ontwikkelen, moet de volledige kleding van ondergoed tot regenmantel worden aanzien als een van elkaar afhankelijk componentensysteem. Dit systeem laat zich volgens het ui-principe of het 3-lagenprincipe verklaren.

2.1 Het ui- of het 3-lagen principe

Van ondergoed tot regenkledij moet de kleding op elkaar afgestemd zijn, zodat het geheel functioneert. Elke kledinglaag heeft een eigen functie, die afhangt van de volgende laag. Ademactiviteit, en daarmee een comfortabel lichaamsklimaat kunnen alleen effectief gerealiseerd worden, indien elke laag aan dit proces kan medewerken. Wat is het nut van het duurste, actief ademende oliegoed, als het ondergoed de huidvochtigheid al niet doorlaat?

2.1.1 1ste laag

Dat is de basislaag direct op de huid, het ondergoed speelt de eerste en belangrijkste rol. Ze heeft de taak de vochtigheid van de huid naar buiten, naar de volgende kledinglaag te transporteren, en het huidklimaat droog en warm te houden. Met name bij het snel overschakelen tussen lichaamsactiviteit en rust ontstaat transpiratie, die als waterdamp door het weefsel moet worden afgevoerd. Het ondergoed moet dus vochtigheid opnemen en verder leiden, maar zelf snel terug drogen.

Modern functioneel ondergoed overtreft elke natuurvezel zoals katoen of zijde. Katoenen shirts slaan het vocht op, kleven aan het lichaam en laten het huiveren. Alleen actief ademende microvezels uit HighTech-stoffen zoals polypropyleen garanderen een vochttransport, dat direct op de huid begint.

De materialen voor de 1ste laag

De keuze aan functioneel ondergoed hangt niet alleen af van het seizoen, ook het aantal outdoor-activiteiten en de lichaamsconstitutie spelen een rol: of men snel en veel zweet, of er aan topsport wordt gedaan of alleen maar rond een meer wandelt. Doet u aan wintersport bij de daarbij horende temperaturen, of is u een vriend van de zon? Verschillende basismaterialen hebben ook verschillende eigenschappen.

  • Kunstvezels zoals polypropyleen, polyester en polyamide hebben een uitstekend vochtmanagement. Ze transporteren het vocht zeer effectief, maar nemen zelf nauwelijks vocht op. Daarom drogen ze ook zeer snel. Ideaal in de zomer, bij veel beweging. Ook de eerste keuze voor mensen die snel en veel transpireren, of die niet graag wol op hun huid dragen. De kunstvezels zijn uitgesproken aangenaam op de huid. In een dikkere kwaliteit is het ondergoed uit kunstvezel door zijn grote warmte-isolatie ook geschikt voor de winter (thermisch ondergoed). Kunstvezels zijn zeer slijtvast (polyamide iets méér dan polyester), zeer licht, duurzaam en vormbehoudend. Het weefsel knettert niet en beschikt over UV-bescherming.
  • Merinowol is een bijzonder fijne en dunne wol van het merinoschaap. Hij krast niet en heeft als natuurvezel voortreffelijke, temperatuurcompenserende eigenschappen. Hij warmt ook als hij nat is, is geurneutraal en 'elektriseert' niet door statische lading. Het vochttransport duurt iets langer, maar daardoor wordt net de snel opkomende verdampingskoude vermeden. Dit wordt vooral in de winter als aangenaam ervaren. Merinowol droogt beduidend trager dan kunstvezel. Katoen heeft echter nog beduidend meer tijd nodig.
  • Bij mengweefsels uit kunstvezels en merinowol worden de voordelen van beide vezels gecombineerd. Verder bestaat het volledige goed uit het materiaalmengsel of worden afzonderlijke zones met verschillende vezels verwerkt. Veel vocht afgevende lichaamspartijen worden met kunstvezels bedekt, koudegevoelige met wolaandelen.


2.1.2 2de laag

De 2de of middelste laag wordt ook isolatielaag genoemd, omdat zij de taak van de temperatuurhuishouding op zich neemt. Ze moet niet alleen het vocht van de eerste laag verder transporteren, maar ook het lichaam beschermen tegen koude en het opwarmen. Deze kledingslaag moet dus actief ademend en warmte-isolerend zijn. Dit vraagt weer om vezels, die waterdampdoorlatend zijn, nauwelijks vocht opnemen, en snel weer drogen. Dat kunnen alleen kunstvezels zijn, want katoen en wol bijvoorbeeld zouden hier het vochttransport onderbreken, zouden zelf nat worden, en niet meer warmen. Het wondermateriaal, dat als 2de laag in aanmerking komt, heet fleece.

Fleece
Fleece is de ideale isolatielaag, met een voortreffelijke warmtefunctie bij een gering gewicht. Fleece is in hoge mate actief ademend, droogt zeer snel, is vormbestendig en extreem duurzaam. En fleece is ongelooflijk licht, zacht en zelfs direct op de huid aangenaam om dragen.

De basisvezel voor fleece is polyester; het grote isolatievermogen volgt uit de speciale structuur, die een maximale hoeveelheid lucht kan insluiten. Het principe is dus niet zo zeer de koude buiten te houden, maar de door het lichaam afgegeven warmte zo lang mogelijk op te slaan. Voor verschillende toepassingsgebieden worden verschillende fleecekwaliteiten verwerkt. 100 en 200 fleece bezitten uitstekende allround-eigenschappen en worden vaak in variabele outdoor-kleding gebruikt. De cijfers zijn gewichtindicaties in gram per vierkante meter: hoe hoger het gewicht, hoe dikker de fleece, met een overeenkomstig groter isolatievermogen. Bijzonder dicht geweven fleece zoals het bekende 200 Polartec Thermal Pro is bovendien nog windafstotend, wat het warmtecomfort nog verhoogt. 100 fleece wordt vaak omwille van het fijne oppervlak microfleece genoemd. Een andere variant is berber-fleece met een grovere structuur. Maar fleece laat zich ook in een verschillend design zoals brei-look verwerken. Vaak ziet men ook fleece met twee verschillende zijden, aan de buitenzijde glad, binnenin pluiszacht. Ook het hoogelastische stretch-fleece is net voor sterk bewegende activiteiten ideaal. Fleece is gewoon het materiaal met de onbegrensde mogelijkheden.

UV-bescherming bij functionele shirts en broeken
In de zomer komt het minder op de warmte-isolatie van de 2de laag aan, maar eerder op de koelende en drogende temperatuurregeling, en op de bescherming tegen schadelijke UV-straling. De 2de bekledingslaag zal op warme dagen hoe dan ook de enigste zijn, die gedragen wordt. Zo bijvoorbeeld functionele shirts, die zonder basislaag direct op de huid gedragen worden. Dunne shirts en polo's uit katoen bijvoorbeeld beschermen bijzonder als ze nat zijn nauwelijks tegen UV-straling. De stralen dringen door het weefsel, met als gevolg huidirritatie en zonnebrand.

Moderne functionele shirts en broeken laten de agressieve UV-straling niet door, naargelang de verwerking van het weefsel in meer of mindere mate. Polyestervezels bijvoorbeeld bieden betere bescherming als polyamide-kunstvezels. Hoe dichter en vaster het weefsel, hoe beter de bescherming; hoe donkerder de kleuren, hoe groter de absorptie. In zeldzame gevallen wordt de bescherming tegen de zon bereikt door chemische appretages, zodat u niet bang moet zijn voor huidirritatie. Een chemische behandeling zou na vaak wassen haar werking verliezen. De zonbeschermingsfactor wordt net als bij zonnecrème met een getal aangegeven. 30+ betekent, dat de huid 30 maal langer aan de zon kan worden blootgesteld dan onbeschermd.

2.1.3 3de laag

De weerbeschermende laag als buitenste bekleding moet alles tegenhouden, wat u in uw vrije tijd en bij het sporten het best kunt missen: koude, regen en wind in alle vormen en al hun gevolgen. Daarom met de 3de laag ook bijzondere kwaliteiten hebben. Ze moet water- en winddicht zijn, maar in elk geval ook actief ademend. In het andere geval zou het ui-principe niet werken, en het lichaamsvocht in de 2de laag blijven steken. Via de bovenkleding verdampt uiteindelijk alles, wat door de beide eersten lagen getransporteerd woerd. Daarbij kan niet worden ontkend dat een hoge winddichtheid van het materiaal de dampdoorlatenheid alleszins negatief beïnvloedt.

De keuze van het materiaal voor de 3de laag wordt in grote mate bepaald door het gebruik waarvoor de kleding geconcipieerd moet worden. Extreme weersomstandigheden en grote mechanische belastingen vereisen andere stoffen als een bescherming voor een occasionele regenbui tijdens een wandeling. Waterdichtheid en ademactiviteit werden via twee principieel verschillende verwerkingsprocedures bereikt.

Coatings
De oppervlaktecoating is een methode, om stof waterdampdoorlatend en waterdicht te maken. Op polyester- of nylonstof wordt een fijne pasta gestreken, die met chemische processen doorlatend voor waterdamp wordt gemaakt. Het verdampende lichaamsvocht kan uittreden, zonder dat de grotere watermolecules kunnen binnendringen. Alleen hoogwaardige coatings, meestal uit polyurethaan, van kwaliteitsfabrikanten, worden gebruikt. Ze zijn betrouwbaar waterdicht, winddicht, zeer slijtvast en blijven ook bij koude elastisch. Enkele fabrikanten werken met twee verschillende coatings op het buitenmateriaal. De eerste laag is een microporeuze coating, die door een tweede, hydrofiele coating versterkt wordt. Hierdoor worden een grotere dampdoorlaatfactor en een hogere waterdichtheid bereikt. 2-lagen technologieën, waarbij het robuuste dragerweefsel, bijvoorbeeld uit polyamide, van binnen voorzien is van een PU-laag, hebben lagere waarden aan waterdichtheid en ademactiviteit.

De tweede methode voor het aanmaken van waterdichte en actief ademende stoffen is de coating van de afzonderlijke vezels, bijvoorbeeld met Teflon. De vezels worden dus met kunststof omgeven, en nadien geweven. Deze werkwijze leidt tot een grotere dampdoorlatendheid, maar dit gaat ten koste van de waterdichtheid: vuil en vocht worden alleen 'afgestoten', de stoffen zijn niet 100 % waterdicht.

Membraan-technologie
De verwerking van membranen is hoogwaardiger en complexere methode, om materialen waterdicht en actief ademend te maken. De waarden van waterdichtheid en ademactiviteit liggen deels beduidend hoger dan bij coatings. Materiaal en functionaliteit hebben ook een grotere levensduur en zijn duurzamer.

Membranen zijn extreem dunne folies, waar vloeistoffen zoals water niet door kunnen dringen, maar die gassen zoals waterdamp laten ontsnappen. Dit wordt bereikt door microkleine poriën. De folie wordt van binnen op de robuuste buitenstof geplakt; in dit geval ontstaat een 2-lagen laminaat. Om het membraan te beschermen tegen mechanische slijtage, wordt nog een lichte net- of tafvoering los in de kleding aangebracht. Een netvoering is ademactiever, tafvoeringen glijden iets beter over de kleding. De 2-lagige kwaliteit voelt iets lichter en zachter aan, bij een gemiddelde duurzaamheid.

Bij 3-lagen laminaten zijn de buitenstof, het membraan en een derde beschermlaag binnen aan elkaar gelijmd, zodat er een hoogeffectief verband ontstaat. Het materiaal bezit de hoogste ademactiviteit en een absolute waterdichtheid. Het is de stabielste membraankwaliteit met goede prestaties, en een grote duurzaamheid en levensduur. Het nadeel ligt in het ietwat stijvere weefsel, wat echter het uitstekende draagcomfort niet beperkt.

Tot de best presterende membraanstoffen horen Gore-Tex met verschillende kwaliteiten; CompaTex en Sympatex zijn andere bekende namen voor hoogwaardige functionele weefsels.

Softshells
Als bovenkleding maken de zgn. softshells furore. Naast de hardshells (waterdichte kleding) bieden ze haast onbegrensde gebruiksmogelijkheden en een ongelooflijk draagcomfort. Het materiaal is waterafstotend, ultralicht en extreem zacht, het knistert niet, en is hoogelastisch. Bovendien is het natuurlijk actief ademend. Softshells kunnen ook worden verwerkt met membraan, wat hen absoluut winddicht maakt. De winddichtheid gaat echter ten koste van de ademactiviteit. Windafwijzende in de plaats van winddichte softshells zijn ademactiever.

2.2 Ademactiviteit

Het begrip ademactiviteit belooft iets wat eigenlijk niet gebeurt. Geen enkel weefsel is actief, het is alleen ondoorlatend voor waterdamp. Waterdamp ontstaat, als het lichaam door zweten vocht produceert. Dat moet het ook om de warmte-energie af te bouwen. Het probleem is, dat dit vocht snel moet verdampen, en niet op de huid of in de kleding natheid mag produceren. De oplossing: kleding die de waterdamp van de huid naar buiten transporteert. Dit wordt bereikt met weefsels uit kunstvezel met een microporeuze structuur, hetzij door coating of de efficiëntere membraantechnologie. Zo uitgeruste bekleding wordt als ademactief omschreven. Opdat waterdamp door de microporiën zou kunnen ontwijken zijn er onafhankelijk van het materiaal echter enkele andere voorwaarden.

In principe moet er een temperatuurverschil zijn tussen het lichaam en buiten. Het lichaam en de kleding moeten duidelijk warmer zijn dan de buitentemperaturen, anders ontstaat een drukval. De ademactiviteit van stoffen is dus bij extreem hoge temperaturen duidelijk beperkt. Pas als de temperaturen en drukverhoudingen kloppen, ka het zweet naar buiten worden afgegeven. Via de krachtigste membranen zoals die van Gore-Tex kunnen ongeveer 200 - 500 g damp per m² en per uur ontwijken. Bij sportieve inspanning produceert het lichaam tot 2 liter zweet per uur. Men moet zich dus bewust zijn van de mogelijkheden en de beperkingen van ademactieve kleding. Innovatieve functionele kleding biedt hier deels bijkomende oplossingen voor: bijvoorbeeld ventilatie-openingen, van achter geventileerde netvoering of ritssluitingen onder de oksels.

2.3 UV-bescherming van functioneel textiel

Moderne functionele kleding voor sport en vrije tijd heeft nog een wezenlijk voordeel, dat te maken heeft met de belasting van de huid op korte termijn, en daarmee op lange termijn de gezondheid. De UV-straling is op veel plaatsen op aarde aantoonbaar intensiever en agressiever geworden, de ongefilterde inwerking van de zon leidt niet meer tot een tijdelijke zonnebrand, maar het aantal gevallen van huidkanker neemt significant toe.

Weefsels uit kunstvezel bezitten ten opzichte van natuurvezels een effectieve UV-bescherming. Katoen, bijzonder in dunne en lichte kwaliteit voor de zomer, laat UV-straling door en leidt zo tot huidirritaties en zonnebrand, ook onder de kleding. Dit effect wordt nog versterkt als de kleding nat wordt door het zweten.

Bij weefsels uit kunstvezels ontstaat de UV-bescherming door het soort vezel en de verwerking. Het UV-filter is bij polyestervezels beter dan bij polyamide (nylon); dichte en vaste weefsels in donkere kleuren bieden de beste UV-bescherming. De beschermfunctie wordt zeer zelden versterkt door chemische behandelingen, materiaal en weefselstructuur alleen leiden al tot zeer hoge beschermingswaarden. Ze worden aangegeven net als bij zonnecrème. Zonnebeschermingsfactor 30+ bijvoorbeeld betekent dat de 30 keer langer zonder schade tegen de zon bestand is, dan zonder bescherming. Een UV-bescherming vanaf 25 geldt als zeer goed bij normale zonnestraling, 40+ betekent vanzelfsprekend een nog langere bescherming. Basiswaarde zijn de 9 minuten, gedurende de welke de huid zonder bescherming aan de zon blootgesteld mag worden.

2.4 Materialen en vakbegrippen

Katoen
Plantaardige natuurvezels uit opperhuid van de zaden van de katoenstruik (malva). In de textielverwerking onderscheidt men de kwaliteit naargelang de stapellengte (vezellengte), de geur, de kleur en de zuiverheid. Hoe langer de vezels, hoe hoogwaardiger de katoen. De beste kwaliteiten leveren Pima-katoen, Egyptisch Mako-katoen en Sea Island-katoen. Katoen heeft een bijzonder groot opzuigend vermogen, en kan tot 65 % van zijn gewicht aan vocht opnemen. Het droogt echter slechts zeer langzaam. Katoenweefsels gelden als zeer huidvriendelijk, met een uiterst klein allergiepotentieel. Katoen is bijzonder goed bestand tegen hitte, frequent reinigen, intensief gebruik en slijtage.

Pima-katoen
De hoogste fijnheidsgraad en de bijzonder vezellengte maken van Pima-katoen de beste soort met uitstekende eigenschappen: extreem zacht en fijn, met een zijdeachtige glans. Pima-katoen wordt haast uitsluitend in Peru en in enkele staten van de VS verbouwd, met de hand geplukt en gesorteerd. Omdat het haast vrij is van schadelijke stoffen, kan het aanzien worden als ecologisch katoen.

Coolmax
Kunstvezels uit polyester: het grotere oppervlak van de vezels zorgt voor een bijzonder efficiënt vochttransport; weefsels uit Coolmax worden daarom speciaal in sportkleding verwerkt.

Cordura
Getextureerd nylongaren (polyamide) van DuPont: Cordura-weefsel is extreem slijt- en scheurvast, houdbaar en duurzaam bij een gering gewicht. Wordt gefabriceerd in diktes van 500 D tot 1.000 D. 500 is zachter, fijner en lichter en laat zich beter coaten. Cordura wordt vaak als versterking op sterk belaste plaatsen bij schoenen, oliegoed en outdoor-kleding gebruikt.

Denier
Eenheid voor het gewicht van garen en vezels. 1 DEN of 1 D = 1 g per 9 km vezel. Hoe lager het D-getal, hoe fijner het garen. Hoe hoger het getal, hoe grover en sterker de weefselstructuur. Zo worden bijvoorbeeld 500- of 1000 D-kwaliteiten gebruikt voor hoog belastbare reistassen.

Elasthane
Elastische kunstvezel, overwegend uit polyurethaan (PU). Wordt met andere vezelsoorten onder andere tot stretch-weefsels verwerkt, die bijzonder elastisch en vormstabiel zijn.

EVA
Hoogwaardig schuimmateriaal uit ethyleen-vinylacetaat: het is elastisch, scheurvast, slipvast en met excellente isloatie- en dempingseigenschappen. Wordt gebruikt tussen voor tussen- en binnenzolen van schoenen.

Gore-Tex (GTX)
Naar de uitvinder W. L. Gore benoemd microporeus membraan uit PTFE. Een van de best presterende membraankwaliteiten, dat in hoge mate waterdicht, winddicht en ademactief is. Als 2- en 3-lagig laminaatweefsel verwerkt.

Jersey
Gebreid weefsel met zeer fijne en elastische structuur uit verschillende vezels zoals katoen, viscose of wol. De stof werd voor het eerst gefabriceerd op het Kanaaleiland Jersey. Vaak omwille van het gladde en opzuigende oppervlak verwerkt als voering in kleding en schoenen.

Rubber
Uit latex, het melksap van de rubberboom gewonnen elastisch polymeer. Uit natuurrubber wordt door vulkanisering rubber gemaakt, dat ook bij natheid een grote slipvastheid vertoont, lang elastisch blijft en slipvrij is. Daarom als hoogwaardig materiaal voor onder andere schoenzolen gebruikt.

Kevlar
Hoogtechnische aramidevezel met een optimale verhouding tussen gewicht en stevigheid: extreem trekvast en bestand tegen hitte en mechanische belastingen. Als constructiemateriaal en bestanddeel van weefsels verwerkt.

Linnen
Robuuste en temperatuurregelende natuurvezel, die verwerkt tot grovere en duurzame weefsels. Wordt bij schoenen en kleding voor de zomer als voering en bovenmateriaal gebruikt omwille van de koelende eigenschappen.

Merinowol
Bijzonder fijne en zachte wol van het merinoschaap met excellente draageigenschappen: krast niet, is reukneutraal, warmt ook in vochtige toestand, en werkt temperatuurregelend. Speciaal geschikt voor functioneel ondergoed.

Microvezel
Scheurvaste en lichte kunstvezel uit polyester of polyamide met zacht, licht opgeruwd oppervlak. Het garen uit een groot aantal van de fijnste filamenten worden verwerkt tot zeer dichte en lichte weefsels, die door hun structuur vocht- en windafwijzend zijn.

Modal
Uit cellulose op chemische wijze gefabriceerde vezels op natuurbasis. Ten opzichte van katoen en viscose is Modal elastischer, duurzamer, vormbestendiger en minder gevoelig voor hitte. Het weefsel is vaster, knettert minder, en heeft een groter opzuigend vermogen. Modalstoffen zijn aangenaam zacht en glad, met een zijdeachtige glans. Ideaal voor onder- en beddegoed.

Neopreen
Merknaam van DuPont voor een hoogwaardig en duurzaamelastomeer op polycloropreen-basis. Excellente isolerende eigenschappen, hoogelastisch, sneldrogend en warm, ook in natte toestand. Meestal wordt neopreen bij watersportkleding op het weefsel gelamineerd, door de hoge slip- en slijtvastheid wordt het ook voor schoenen, handschoenen en grepen gebruikt.

Nubukleder
Bijzonder fijne en fluwelen lederkwaliteit, die door aanschuren van de nervenzijde van rundsleder bereikt wordt. Overwegend gebruikt voor het bovenmateriaal van schoenen.

Nylon
Merknaam van een polyamidevezel van DuPont raakte vooral ingeburgerd als verzamelnaam voor hooggradig scheurvaste en lichte polyamideweefsels. De vezel neemt slechts 4 % van zijn eigen gewicht aan vocht op bij een minimaal soortelijk gewicht.

Pilling
Met pilling wordt bijzonder bij fleece de vorming van kleine knobbeltjes en pluizen bedoeld, wat geen functioneel, maar alleen optische nadelen heeft. Hoogwaardige anti-pilling fleece van merkfabrikanten is daarentegen beschermd.

Polartec
Merknaam van hoogwaardige fleece-kwaliteiten van de wereldwijd toonaangevende fabrikant Malden Mills uit de U.S.A. Fleece is geen weefsel, maar maaswaar, met multifunctionele eigenschappen. Door een maximale luchtopslag bereikt Polartec een voortreffelijk isolerend vermogen met het allerhoogste warmtecomfort. Polartec is het beste en veelzijdigste functionele materiaal tegen de koude. Polartec is extreem licht, elastisch, slijtagevast en zeer zacht op de huid. Daarom is Polartec op het vlak van draagcomfort ook beter dan scheerwol en katoen. Andere voordelen van Polartec: een waterafstotend oppervlak en een ademactieve structuur. Het materiaal droogt zeer snel en is kreukvrij. Bovendien kan het gerecycleerd worden, het wordt trouwens al gerecycleerd aangeboden. Polartec wordt in verschillende diktes en kwaliteiten gefabriceerd, van 100 tot 300. De getallen hebben betrekking op het gewicht in gram per vierkante meter. Hoog vermogen-Polartec is bijzonder dicht verwerkt, met extreme beschermingswaarden tegen de koude.

Polyacryl
Zeer robuuste synthetische vezel met hoge UV-bestendigheid en vormstabiliteit. De weefsels drogen zeer snel bij een geringe vochtopname.

Polyamide / PA
Zeer stabiele, scheurvaste en lichte kunstvezel met een minimaal soortelijk gewicht. Neemt minimaal vocht (4 %) op, is elastisch, maar helaas slechts beperkt UV-bestendig. Bekend onder de merknamen Nylon en Perlon.

Polyester / PES
Zeer snel drogende kunstvezel, die zelf slechts minimaal (3 - 5 %) vocht kan opnemen. De vezel zet weinig uit, en is scheur- en slijtvast, zodat het weefsel zeer vormstabiel en houdbaar is. Polyester-weefsels zijn zeer knetterarm, lichtecht en UV-bestendig.

Polypropyleen
Extreem lichte kunstvezel met een minimale vochtopname. De weefsels zijn ademactief, en daarom worden ze vaak gebruikt voor functioneel ondergoed.

Polyurethaan / PU
Kunststoffen of kunstharsen, die vaak worden gebruikt voor meerlagige coatings van textiel, om ze waterdicht te houden. Het materiaal is zeer knikstabiel, ongevoelig voor de koude en zeer slijtvast. PU wordt ook gefabriceerd voor hoogwaardig schuimmateriaal.

Polyurethaanschuim (PU-schuim)
Slijtvast materiaal met een bijzonder hoge dichtheid bij een laag gewicht. Goede dempings- en isolatie-eigenschappen bij blijvende flexibiliteit. Daarom gebruikt voor hoogwaardige schoenzolen voor sport- en kinderschoenen.

Polyvinylchloride / PVC
Wordt nog zelden gebruikt. In hoogwaardige kwaliteit verwerkt als waterdichte, maar zware coating voor textielweefsels. PVC kan in mettertijd sprok worden, als de gebruikte weekmakers verdampen. Slechts beperkt verouderings- en lichtbestendig.

Powershield
Membraantechnologie van Polartec/Malden Mills. Door de perforatie is het membraan tot 98 % winddicht bij een ietwat hogere ademactiviteit 100 % dichte membranen. Powershield wordt bijzonder verwerkt bij softshells.

Powerstretch
Hoogelastisch materiaal, vaak verwerkt met een aandeel elasthane. Ideaal als middelste kledinglaag met veel bewegingsvrijheid en goede ademactiviteit. Sneldrogend, licht en vormstabiel.

Primaloft
Zeer lichte en zachte microvezel met uitstekend isolatievermogen. Daarom wordt het in kleding en uitrusting zoals slaapzakken verwerkt, waar het aan komt op een maximale bescherming tegen de koude bij het allerlaagste gewicht.

Ripstop
Speciale weefwijze van kunststofvezels uit polyester of polyamide, waarbij dikkere schering- en inslagvezels regelmatig zich op millimeterafstand doorheen het weefsel trekken. Herkenbaar is de ripstop-verwerking aan de honingraatstructuur. De slijtvastheid wordt beduidend verhoogd, het scheuren wordt door de sterke vezels gestopt. Ripstop-weefsels zijn zeer stabiel, rekken niet uit, maar zijn desondanks toch licht en dun.

Scheerwol Superwash
Speciaal veredelde natuurvezel met hoog draag- en onderhoudscomfort. Scheerwol blijft duurzaam elastisch, knettervrij, en is zonder probleem in de machine wasbaar.

Scotchgard
Hoogwaardig impregneerprocédé van 3M, waarbij de vezel met een transparante beschermfilm wordt omgeven. Water, olieachtige vloeistoffen en vuil kunnen eenvoudig afgeveegd worden, de textielen absorberen nauwelijks vocht en drogen zeer snel.

Supplex Nylon
Bijzonder zacht polyamide-weefsel, waarbij het garen uit ontelbare microvezels bestaat. Het nylon krijgt een extreem zacht, soepel en fijn oppervlak.

Synthetisch leder
Geschuimd of geweven kunststof uit polyester of polyamide met lederlook, met grote duurzaamheid, houdbaarheid en gemakkelijk te onderhouden.

Sympatex
Actief ademend contact-membraan uit polyester / PES zonder microporeuze structuur. Het weefsel is bijgevolg zeer gemakkelijk te onderhouden.

Tactel
Hoogwaardige nylonvezel van DuPont op Merylbasis, zeer slijtvast en kleurecht. Het snel drogende weefsel bezit een zijdeachtig, zeer zacht, textielaanvoelen, is actief ademend en waterafstotend. Zeer hoog draagcomfort.

Taffeta
Fijne, gladde en vaste tafstof uit zijde of kunstvezel (nylon), die gebruikt wordt als binnenvoering.

Taffeta-nylon
Zeer lichte, dunne en waterdichte stof uit 190T-nylon. Glad oppervlak met zacht aanvoelen.

Teflon
Handelsnaam van DuPont voor een PTFE-kunststof met veelzijdige gebruiksmogelijkheden. Door Teflon-uitrusting worden weefsels ongevoelig voor vlekken, vuil en water. De ademactiviteit blijft behouden. Teflon is FCKW-vrij en dermatologisch onverdacht.

Thermolite
Lichte microvezel-wattering uit PES van DuPont met voortreffelijke warmte-isolatie bij een zeer laag gewicht.

Thinsulate
Hooggradig warme isolerende wattering van 3M uit 65 % polyolefine en 35 % PES. Vederlicht en dun bij maximale isolatie door de in de microfijne vezelstructuur ingesloten luchtkamers. In verhouding tot de dikte dubbel zo goed presterend als dons.

TPR
Omschrijving voor 'Thermoplastic Rubber': een thermoplastisch elastomeer met hoge slijtvastheid, soepelheid en grote levensduur.

TPU / TPU-schuim
Thermoplastisch polyurethaan, dat door warmte gevormd blijvend elastisch blijft. Als waterdichte folie verwerkt, of als plastisch schuim voor stabiliserende elementen in schoenen, gewrichtssteunen en zoolconstructies.

Daim of suède
Uit huid met littekens of vleeslagen gewonnen ruw leder, waarvan de buitenzijde verwerkt wordt. Zeer zacht en duurzaam, bij schoenen vaak met kunstvezelweefsels gecombineerd verwerkt.

Vibram-zolen
Naar de uitvinder Vitale Bramani genoemd extreem slijtvast rubbermengsel voor hoogwaardige schoenzolen, die qua profiel en flexibiliteit speciaal ontworpen zijn voor outdoor-gebruik.

Viscose
Door chemische processen aangemaakte natuurvezel uit cellulose. De weefsels bezitten een zijdeachtige glans met zacht aanvoelen, zijn duurzaam, antistatisch en vormstabiel.

Korrelleder
Ongeslepen glad leder met natuurlijke nerven en onregelmatigheden van de dierhuid. Omwille van het natuurlijke oppervlak en de kleine dikte van de kleurlaag een hoogwaardige lederkwaliteit met grote levensduur.

Wind Pro
Polartec-fleece van Malden Mills in bijzonder dichte weefwijze, die het fleece 4 maal winddichter maakt als de gebruikelijke fleece-kwaliteiten.

Windstopper
Winddichte verbinding van een Gore-Tex membraan met vezelpels, fleece of andere materialen. Wordt verwerkt in softshells.

3. Onderhoud van oliegoed en functionele kleding

Wat voor het onderhoud van oliegoed geldt, gaat ook algemeen op voor functionele outdoor- en sportkleding. In tegenstelling met wat over het algemeen wordt gedacht, dat met de machine wassen schade toebrengt aan modern functioneel textiel, laten deze stoffen zich probleemloos met speciale middelen wassen. De meeste waterdichte en ademactieve weefsels zijn voorzien van een blijvend waterafstotende finish DWR (Durable Water Repellent), waarvan de moleculestructuur bij het dragen ook in de loop der jaren verzwakt, door knikken bij het dragen of mechanische slijtage bijvoorbeeld. Een voorzichtige wasbeurt kan dus niet méér schaden dan het dragen.

Enkele aanwijzingen moeten echter in acht worden genomen:

  • Gebruik alleen speciale verzorgings- en wasmiddelen voor sport- en functionele kleding. De weefseleigenschappen blijven bewaard.
  • Gebruik geen normale wasmiddelen met hoge zeep- en geuraandelen. Bleekmiddelen, vulstoffen en kleurversterkers verminderen de ademactiviteit aantoonbaar.
  • Gebruik geen wasverzachters: ze bevatten siliconen. Siliconen lossen niet in water op, ze gaan zich hechten aan het ademactieve membraan en dat verstoppen.
  • Was met maximaal 40°C met het programma voor fijne was. Bij hogere temperaturen gaat het membraan smelten. Hetzelfde geldt voor de droger.
  • De wasmachine niet volledig vol stoppen, zodat de wasmiddelresten volledig uitgewassen worden, en het membraan niet kunnen verstoppen.
  • Rits- en klittensluitingen sluiten, de capuchon uittrekken.
  • Indien het textiel geschikt is voor de droogkast (zie het onderhoudsetiket) alleen het fijne was-programma met max. 40°C gedurende korte tijd. Beter is het drogen op een kleerhanger op een warme plaats.

Over het algemeen geldt: hou rekening met de speciale onderhoudsaanwijzingen op het etiket en in de productinformatie van de fabrikant. Chemische reiniging, bleekmiddelen, strijken, te heet wassen en centrifugeren zijn gift voor functioneel textiel.

Oliegoed moet na gebruik grondig met zuiver water afgespoeld worden, en zeer grondig indien u het droeg op zoutwater. Het duurt enige tijd en wat meer zoetwater voor de zoutkristallen oplossen en uitgewassen zijn. Oliegoed in geen geval opvouwen en opbergen onder het motto: kunststof droogt zo ook wel. Berg het volledig droog, beschermd tegen UV-straling en niet strak opgevouwen op. Het best hangend aan een kleerhanger, zodat er geen blijvende knikken en vouwen kunnen ontstaan. Daar kunnen later de eerste lekken optreden.

3.1 Impregnering en ademactiviteit

Dat textiel en andere materialen zoals leder verliezen aan waterdichtheid, is niet helemaal te vermijden. Hoogwaardige membraankwaliteiten zijn in dit verband wezenlijk ongevoeliger en duurzamer dan goedkope kleding met een minder omvangrijke afwerking. Het verlies aan dichtheid betekent steeds ook een verlies aan ademactiviteit. Stoffen die doornat worden, leggen een waterfilm op de voor het vochttransport door hen benodigde structuur. Het weefsel kan even niet meer 'ademen', omdat het volgezogen is met water. Indien het water niet meer van het bovenmateriaal afparelt of er in naden en vouwen vochtige plaatsen achterblijven, dan wordt het de hoogste tijd voor een impregnering. Een impregnering maakt een stof niet meer absoluut waterdicht, maar een nieuwe impregnering werkt waterafstotend en bevordert ook opnieuw de ademactiviteit. Impregneren beschermt niet alleen tegen water, maar ook tegen vuil en andere inwerkingen. Voor na-impregneringen zijn er aangepaste sprays beschikbaar, die speciaal voor functionele kleding ontwikkeld werd. Veel impregneringen moeten eerst door de warmte geactiveerd worden, bijvoorbeeld met een föhn. Bijzondere impregneringen zijn ook voor lederen tassen en schoenen vereist. Daarbij komt het niet op de hoeveelheid appretage aan, maar op de gelijkmatige verdeling. Veel helpt in dit geval niet veel. Het best hangt u de kledingstukken buiten op een kleerhanger en spuit u haar van op een afstand van ca. 15 cm gelijkmatig in, en laat u hen drogen.

4. Bootschoenen en -laarzen

Het aanbod aan bootschoenen en laarzen is net zo veelvoudig als de gebruiksmogelijkheden in de watersport. Bootschoenen uit moderne materialen zijn vandaag vaak ook all round-schoenen, die veelzijdig kunnen worden gedragen tijdens de vrije tijd en bij het sporten aan de wal. De klassieke lederen bootschoen in mocassin-stijl is ook aan de wal een tijdloze klassieker.

Speciale bootschoenen voor zeilers en motorbootvaarders moeten alleszins voldoen aan speciale eisen. Onafhankelijk van het feit of ze gedragen worden bij veeleisende zeilwedstrijden op volle zee of tijdens een weekenduitstap, voor de praktijk geschikte bootschoenen moeten beschikken over bepaalde kenmerken en kwaliteiten. Deze gelden net zo goed voor schoenen als voor zeelaarzen.

4.1 Zoolconstructie

De zolen van een voor de praktijk geschikte zeilschoen moet een alleskunnen zijn: hij moet onder andere slijtvast, slipvrij, flexibel en vuilafstotend zijn. De veiligheid aan boord heeft prioriteit. Een hoge slipvastheid, speciaal op natte oppervlakken, kan worden bereikt met verschillende technieken:

Voor het materiaal van de loopzool geldt: hoe zachter en soepeler hij is, hoe meer grip en hechting hij biedt. Kunststoffen, waarvan de weekmakers in de loop van de tijd verdampen, verharden. De zool verliest aan elasticiteit, glijdt sneller, de zool biedt geen gevoel meer. Zolen uit natuurrubber zijn nog steeds de eerste keuze. Rubber en daaruit gevulcaniseerde rubberkwaliteiten blijven hoogelastisch, bij een grote sleetvastheid. Natuurrubber op zich bezit door zijn moleculaire structuur al een hoge slipvastheid, ook op natte vlakken. Speciale rubbermixen kunnen het hechtvermogen nog versterken. Voor hoogwaardige bootschoenen hebben veel merkfabrikanten met veel inspanning gepatenteerde zolen ontwikkeld, die maximale veiligheid bieden.

De slipveiligheid op natte vlakken is steeds problematischer dan op droge polyesterdekken, ook indien ze van antislip-bekledingen of een profiel voorzien zijn. Ook natte teakdecks kunnen zeer snel glibberig worden indien ze lang niet gereinigd werden en met een vochtige laag vuil bedekt zijn. De taak van een bootschoen bestaat er in, te zorgen dat er onder de zool geen gevaarlijke waterfilm ontstaat. Dit zou hetzelfde effect hebben als aquaplaning op een nat wegdek. Speciale profileringen op de zool met een drainagesysteem zorgen voor een snelle waterverdringing bij het lopen. De waterfilm wordt meteen door waterafvoerkanalen opzij gedrukt, er wordt meteen een vlak contact met het oppervlak verzorgd.

Klassieke bootschoenen zoals mocassins en docksides beschikken meestal over het bekende mesprofiel met een fijn, geribbeld lamellenprofiel. Ook dit zorgt voor een goede slipvrijheid bij een grote flexibiliteit. Mesprofielen hebben bovendien het voordeel, dat zich in de fijne groeven nauwelijks grof vuil en steentjes vast kunnen hechten.

Zeilschoenen moeten ook zorgen voor vaste grip, ook onder helling, en goede zijdelingse tractie. Schaalzolen, die rondom omhoog getrokken zijn, zijn hiervoor het best geschikt. De voet is niet alleen beschermd, maar vindt ook op schuine vlakken een betere stabiliteit. Dat is belangrijk opdat de gevoelige banden rond het voetgewricht gesteund zouden worden, en niet te ver uitgerokken.

Het materiaal van een bootschoen mag niet afgeven. Zwarte of gekleurde sporen op een wit dek zijn niet echt leuk. Daarom moet er bij de aanschaf op worden gelet, dat de zool omschreven is als non-marking zool. Al lijken kleurige zolen vaak aantrekkelijk, alleen hoogwaardige kleurprocedures garanderen de slijtvastheid.

Een ander kenmerk van goede boordschoenen zijn een effectieve stapdemping en een voorgevormde binnen- of inlegzool. Bij het zeilen komt het niet zozeer op grote verplaatsingen aan, men staat eerder lang aan het roer. Lang staan kan de voet eerder vermoeien dan regelmatig lopen, wat voor een aangepaste doorbloeding zorgt. Een ergonomisch gevormde binnenzool is zinvol, omdat hij de afzonderlijke drukzones van de voetzolen gericht ontlast. Ook een niet te zachte loopdemping door PU-tussenzolen houdt de voeten fit. In het hielgedeelte geïntegreerde hielsteunen uit elastisch, maar dicht PU-schuim sparen bovendien de gewrichten en de spieren, die ook vermoeien, als ze niet voortdurend in beweging zijn.

Praktisch en hygiënisch zijn uitneembare zolen. Ze laten zich wassen en reinigen, en de schoen droogt zonder zool weer sneller door. Bovendien laten uitneembare zolen zich door orthopedisch individueel aangepaste vervangen.

naar boven


Copyright © 2014 Compass Watersport BV - Alle rechten voorbehouden.